Angst

Ieder mens kent bepaalde angsten in zijn leven. Daar is op zich ook niets mis mee. Sommige angsten zijn zelfs heel goed om te hebben. Ze kunnen ervoor zorgen dat we ons niet onnodig in gevaarlijke situaties plaatsen. En soms redden ze zelfs ons leven. De angst voor gevaarlijke dieren bijvoorbeeld kan heel nuttig zijn voor iemand die in het oerwoud leeft of voor onvoorzichtige chauffeurs kan ervoor zorgen dat een voetganger alert genoeg blijft om het verkeer correct in te schatten. De angsten om te sterven zorgen ervoor dat we niet zomaar van een gebouw springen. Deze angsten zijn dus positieve angsten. Maar dat geldt niet voor iedere angst. Mensen kunnen ook gekweld worden door irreële angsten die hun leven gaan beheersen. Wanneer deze angsten echt een hele grote rol gaan spelen, wordt er over een fobie gesproken.

Wat is een irreële angst?

Over een irreële angst wordt gesproken wanneer je te kampen krijgt met een angst die buiten proporties is. Zo is het niet erg om een beetje bang te zijn voor wespen, ze kunnen namelijk venijnig steken, maar wanneer die angst ervoor zorgt dat iemand zich een zomer lang gaat opsluiten of volledig blokkeert en panisch wordt bij het zien van een wesp, dan wordt het een irreële angst of fobie. Mensen met een fobie maken zich gemiddeld per dag meer dan twee uur druk over het voorwerp van hun angsten. Ze vermijden situaties waarin hun angsten voorkomen en passen hun leven volledig aan deze angsten aan. In extreme gevallen kan de angst zo overheersend werken, dat een normaal leven niet meer tot de mogelijkheden behoort.

Welke angsten zijn er?

Er zijn natuurlijk talloze angsten waarmee men te maken kan krijgen, maar overwegend kunnen ze in vier categorieën opgedeeld worden. Een eerste groep zijn de sociale angsten of fobieën. Dit zijn alle angsten die gerelateerd zijn aan sociaal contact. Angst om in een groep te vertoeven, angst om alleen te zijn, angst om met mensen te communiceren zijn maar enkele voorbeelden van sociale angsten. Sociale angsten kunnen zowel over de angst aan gebrek aan interactie gaan als de angst voor de interactie met anderen in al zijn vormen en kleuren. Een tweede type angst zijn de situationele angsten. Hier betreft het angsten die gerelateerd zijn aan een specifieke situatie. De angst om vast te zitten in een lift behoort bijvoorbeeld tot deze groep. Een derde groep zijn de natuurangsten. Dit zijn angsten waarbij dieren, planten en het weer betrokken zijn. Angst voor katten, angst voor onweer, angst voor netels, … En een laatste grote groep zijn de lichamelijke angsten. Een voorbeeld van dit soort angst zijn mensen die geen enkel fysiek contact willen met anderen uit schrik één of andere besmetting op te lopen. Los van deze groepen kan het ook dat men met een angst zit die niet dadelijk in één categorie te plaatsen valt of verschillende categorieën combineert.